1. Schrijf een woord dat begint met de letter M. bijvoorbeeld: muis, maan, mama
2. Schrijf een woord dat begint met de letter B. bijvoorbeeld: boom, bal, banaan
3. Schrijf een woord dat begint met de letter S. bijvoorbeeld: soep, schaap, stoel
4. Schrijf een woord dat begint met de letter T. bijvoorbeeld: tas, tafel, tijger
5. Schrijf een woord dat begint met de letter K. bijvoorbeeld: kat, kip, kaas
6. Schrijf een woord dat begint met de letter R. bijvoorbeeld: roos, raket, ring
7. Schrijf een woord dat begint met de letter V. bijvoorbeeld: vis, vlieger, voet
8. Schrijf een woord dat begint met de letter D. bijvoorbeeld: das, deur, dak
9. Schrijf een woord dat begint met de letter P. bijvoorbeeld: pen, poes, paard
10. Schrijf een woord dat begint met de letter H. bijvoorbeeld: huis, hond, hoed
11. Schrijf een woord dat begint met de letter Z. bijvoorbeeld: zon, zee, zeep
12. Schrijf een woord dat begint met de letter W. bijvoorbeeld: wolk, wortel, wiel
Voor de leerkracht — Lukt dit vlot op papier? Dan is
Woordraket de volgende stap: daar moet het net zo snel, met een tijdslimiet en zonder zelf te hoeven schrijven.
online verder oefenen: kortelessen.nl/letter (staat als QR-code op het werkblad) ·
kant-en-klaar berichtje voor de ouders: op de pagina van dit werkblad.