1. Een jas kost € 130. In de uitverkoop krijg je 10% korting. Hoeveel kost de jas nu? € 117
2. Een auto rijdt 2,5 uur lang met een snelheid van 80 kilometer per uur. Hoeveel kilometer heeft de auto gereden? 200 kilometer
3. Op een kaart met schaal 1 : 100 is een weg 8 centimeter lang. Hoeveel meter is de weg in het echt? 8 meter
4. Een telefoonhoesje kost € 110 en is afgeprijsd naar € 99. Hoeveel procent korting is dat? 10%
5. Een pak sap bevat 3,6 liter. Je schenkt glazen van 300 milliliter in. Hoeveel glazen kun je vullen? 12 glazen
6. Een spel kost na 50% korting € 37. Wat was de oude prijs? € 74
7. Een fabriek maakt 40 koekjes. 3/5 deel gaat naar de winkel. Hoeveel koekjes zijn dat? 24 koekjes
8. Een pak met 8 flesjes kost € 18,96. Hoeveel kost één flesje? € 2,37
9. Ruben haalt deze cijfers voor rekenen: 3, 5, 5, 3, 9. Wat is het gemiddelde? 5
10. Voor 6 personen heb je 18 eieren nodig. Hoeveel eieren heb je nodig voor 13 personen? 39 eieren
11. Een tuin is 26 meter lang en 16 meter breed. Gras kost € 13 per vierkante meter. Hoeveel kost het gras voor de hele tuin? € 5408
12. Een fiets kost € 90. De prijs gaat met 10% omhoog. Wat is de nieuwe prijs? € 99