De tafels zijn een van de belangrijkste fundamenten van het rekenen. Wie ze vlot uit het hoofd kent, heeft daar de hele basisschool (en daarna) profijt van — bij deelsommen, breuken, procenten en hoofdrekenen. Op deze pagina vind je alles bij elkaar om tafels te oefenen: leuke spelletjes, printbare werkbladen en een trucje per tafel. Kies wat bij jouw kind past en oefen elke dag een paar minuten.
Tafels online oefenen
Spelenderwijs oefenen werkt voor veel kinderen beter dan rijtjes stampen. Deze twee spellen draaien volledig om de tafels:
Tafels oefenen op papier (werkbladen)
Liever op papier? Print een gratis werkblad met keersommen — elk blad heeft een antwoordblad, zodat je kind het zelf kan nakijken. Kies een losse tafel of een gemengd blad:
Bekijk ook alle andere rekenwerkbladen.
In welke volgorde leer je de tafels?
Scholen bouwen de tafels slim op, van makkelijk naar moeilijk. Die volgorde kun je thuis aanhouden:
- Eerst de tafels van 1, 2 en 10 — die volgen logisch uit tellen en verdubbelen.
- Daarna de tafel van 5 — de antwoorden eindigen altijd op 0 of 5.
- Dan 3 en 4.
- Als laatste de lastigste: 6, 7, 8 en 9.
Een uitgebreide uitleg met tips voor thuis vind je in ons artikel over rekenen oefenen in groep 4.
Een handig trucje voor elke tafel
Bij elke tafel hoort een slimme manier om de antwoorden sneller te vinden:
- Tafel van 1: elk getal blijft zichzelf (1 × 8 = 8).
- Tafel van 2: gewoon verdubbelen (2 × 7 = 7 + 7).
- Tafel van 3: verdubbelen en er nog één keer bij optellen (3 × 6 = 6 + 6 + 6).
- Tafel van 4: twee keer verdubbelen (4 × 7 = 7 → 14 → 28).
- Tafel van 5: de antwoorden eindigen op 0 of 5; de klok helpt (5, 10, 15, 20...).
- Tafel van 6: bouw voort op de tafel van 5 (5 × 7 = 35, dan + 7 = 42).
- Tafel van 7: de lastigste — splits in 5 + 2 (7 × 8 = 5×8 + 2×8 = 40 + 16 = 56).
- Tafel van 8: drie keer verdubbelen (8 × 6 = 6 → 12 → 24 → 48).
- Tafel van 9: pak de tafel van 10 en haal het getal er één keer af (9 × 6 = 60 − 6 = 54). De cijfers van het antwoord zijn samen altijd 9.
- Tafel van 10: zet er een nul achter (10 × 7 = 70).
Van keersommen naar deelsommen
Delen is het omgekeerde van de tafels: wie weet dat 6 × 4 = 24, weet ook dat 24 : 6 = 4. Zodra de tafels zitten, is dit dé volgende stap (meestal in groep 5). Oefen deelsommen met het spel Cijfer Ballon of met het deelsommen-werkblad.
Tafels oefenen per groep
Bekijk de spelletjes en oefenstof die passen bij het leerjaar van jouw kind: groep 4 (de eerste tafels), groep 5 (alle tafels en deelsommen) of groep 6 (tafels onderhouden).
Veelgestelde vragen over tafels oefenen
Hoe leer je het snelst de tafels?
Kort en vaak oefenen werkt het best: vijf tot tien minuten per dag in plaats van één lange sessie. Wissel af tussen hardop opzeggen, een spelletje en een werkblad, en oefen op verschillende momenten van de dag. Zo komen de tafels in het langetermijngeheugen.
In welke groep leer je de tafels?
In groep 4 beginnen kinderen met de tafels van 1, 2, 3, 4, 5 en 10. In groep 5 komen de tafels van 6, 7, 8 en 9 erbij en moeten alle tafels vlot uit het hoofd gaan. In groep 6 en hoger worden ze onderhouden en gebruikt bij deelsommen, breuken en procenten.
Wat is de moeilijkste tafel om te leren?
De tafels van 7 en 8 vinden de meeste kinderen het lastigst, omdat er weinig logische trucjes voor zijn. Goed nieuws: wie de tafels van 2, 5 en 10 al kent, kent veel sommen van de moeilijke tafels eigenlijk al, want 7 × 8 is hetzelfde als 8 × 7.
Moet je de tafels echt uit je hoofd kennen?
Ja. Vlot de tafels kennen (automatiseren) is de basis voor deelsommen, breuken, procenten en cijferend rekenen. Een kind dat de tafels moet uitrekenen in plaats van weten, komt bij die latere onderwerpen tijd en denkruimte tekort.